Gewasbeschermingsmiddelen en onderzoek RIVM

Het RIVM publiceerde op 11 april 2019 de resultaten van een blootstellingsonderzoek naar concentraties residuen van bestrijdingsmiddelen.

Een samenwerking van kennisinstituten heeft gemeten in hoeverre omwonenden van bollenvelden zijn blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen en of die blootstelling verschilt van mensen die verder weg wonen. Uit het onderzoekt blijkt dat beide groepen bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen. Dit kan komen door het gebruik van deze middelen in de omgeving, maar ook andere bronnen, zoals voedsel, kunnen daaraan bijdragen.

Geen overschrijding risicogrenzen

In 2018 is een verkenning uitgevoerd naar de gezondheidssituatie van omwonenden van landbouwgrond. Toen kwamen uit dit onderzoek geen gezondheidsproblemen naar voren die samenhingen met de bollenteelt.

De nu gemeten gehalten van de onderzochte bestrijdingsmiddelen in de lucht of urine overschrijden geen risicogrenzen. Volgens het RIVM moeten eventuele gezondheidsrisico’s van omwonenden voor alle gebruikte bestrijdingsmiddelen echter preciezer worden ingeschat.

Nader gezondheidsonderzoek en kennisplatform

Het RIVM wil daarom laten verkennen of en hoe nader gezondheidsonderzoek verder ingevuld kan worden. Dan zou ook naar andere aandoeningen en klachten en naar gezondheid van kwetsbare groepen gekeken moeten worden. Het RIVM pleit ook voor de oprichting van een kennisplatform waar mensen terecht kunnen met vragen over gewasbescherming en gezondheid. Ook ondersteunt het RIVM het streven naar een duurzame landbouw waarbij het gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt beperkt.

De gemeente is trots op de Bollenstreek en haar innovatieve ondernemers en betrokken inwoners. Voor haar inwoners wil de gemeente een gezonde en veilige leefomgeving. De gemeente schaart zich dan ook achter de noodzaak tot nader onderzoek. Ook vindt de gemeente, net als de brancheorganisatie bollenteelt, de oprichting van een kennisplatform belangrijk. De gemeente werkt al samen met inwoners en de bollensector aan een duurzame landbouw en gaat daar actief mee verder.

Wij kunnen ons voorstellen dat u vragen heeft over het onderzoek. Daarom vindt u hier onder meer informatie:

Ga naar het begin