Ga naar de inhoud

Besluit van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden houdende regels omtrent het Normenkader rechtmatigheid RDOG Hollands Midden 2018

Publicatiedatum:
vrijdag 15 maart 2019
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Overige besluiten van algemene strekking



Besluit van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden houdende regels omtrent het Normenkader rechtmatigheid RDOG Hollands Midden 2018

Het Algemeen Bestuur van de RDOG Hollands Midden,

gelet op artikel 213 van de Gemeentewet

en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado)

en gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur RDOG Hollands Midden,

besluit vast te stellen het:

 

Normenkader rechtmatigheid RDOG Hollands Midden 2018

1. Algemeen

Om aansluiting te houden met de veranderende omstandigheden van de wet- en regelgeving die van toepassing zijn op de organisatie van de RDOG Hollands Midden wordt dit normenkader, samen met de ‘Bijlage bij het Normenkader rechtmatigheid RDOG Hollands Midden’ jaarlijks in overeenstemming gebracht met de op de gemeenschappelijke regeling RDOG Hollands Midden relevante van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

2. Het begrip ‘rechtmatigheid’ en de toetsing daarvan

In algemene zin lijkt ‘rechtmatigheid‘ een duidelijke term: iedereen wordt geacht zich aan de wet te houden, dus ook de RDOG Hollands Midden. Bij nadere beschouwing is dit echter veel ingewikkelder en rijzen vragen als: welke regels gelden nu precies; in hoeverre is niet (of niet tijdige) naleving van alle bepalingen uit alle wetten van belang voor het oordeel bij het programmaverslag; in welke gevallen kan niet-naleving nog worden gecorrigeerd zonder gevolgen voor het uiteindelijke oordeel over rechtmatigheid, etc.

In het Besluit Accountantscontrole decentrale overheden (Bado) staat dat de relevante wet- en regelgeving meeweegt in het oordeel van de accountant over rechtmatigheid. De wetgever heeft niet aangegeven welke wetten en regels relevant zijn. Er moet derhalve hiervan een selectie worden gemaakt. Daarbij geldt een aantal uitgangspunten, zoals:

  • -

    wetten en regels opgelegd door een hogere overheid;

  • -

    wetten en regels, waarmee een financieel belang is gemoeid;

  • -

    wetten en regels die betrekking hebben op integriteit;

  • -

    (doel)uitkeringen en subsidies, waarbij de verstrekker specifieke verantwoordings- en controlevoorschriften heeft opgesteld.

De voor de accountantscontrole van de RDOG Hollands Midden relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de ‘Bijlage bij het Normenkader rechtmatigheid RDOG Hollands Midden’.

Bij de invulling daarvan is aangesloten op de minimale vereisten, die zijn opgenomen in het Bado, in de Controleverordening RDOG Hollands Midden en in het daarbij behorende programma van eisen voor de jaarlijkse accountantscontrole.

Kern van de toetsing door de accountant is dat de RDOG Hollands Midden de goede naleving van relevante wet- en regelgeving waarborgt door toereikende maatregelen van planning en control te treffen. Dit betekent dat werkinstructies, protocollen en dergelijke aansluiten op de regelgeving.

In de jaarstukken zal de RDOG Hollands Midden inzicht geven hoe zij de naleving van de relevante regelgeving voor de activiteiten van de RDOG Hollands Midden heeft gewaarborgd.

De accountant controleert overigens alleen of aan de in de wet genoemde voorwaarden, welke bij niet-naleving financiële gevolgen heeft, is voldaan. Naleving van overige voorwaarden – zonder financiële gevolgen – valt buiten de reikwijdte van de accountantscontrole.

De door het Algemeen Bestuur vastgestelde verordeningen en regels vallen, voor zover deze de financiële rechtmatigheid of integriteit raken, binnen de reikwijdte van de controle op rechtmatigheid.

Het begrip rechtmatigheid is in het kader van de accountantscontrole overigens beperkter dan het juridische begrip rechtmatigheid. Met financiële rechtmatigheid wordt bedoeld dat financiële beheershandelingen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving zijn uitgevoerd.

Dit betekent dat in geval van herstelbare tekortkomingen dat er geen sprake is van onrechtmatigheid als de tekortkoming tijdig is hersteld, dat wil zeggen voor de datum van het uitbrengen van de jaarstukken. Immers, in het stelsel van baten en lasten wordt in de jaarstukken verantwoording afgelegd over alle baten en lasten en balansmutaties die betrekking hebben op het verslagjaar. Het Algemeen Bestuur besluit tot herstel van herstelbare tekortkomingen.

3. Begrotingsrechtmatigheid

Begrotingsonrechtmatigheden werken niet in het accountantsoordeel door, maar worden ‘slechts’ door de accountant gerapporteerd. Begrotingsoverschrijdingen van meer dan 1% van het begrotingstotaal per programma zijn onrechtmatig als deze overschrijdingen verwijtbaar zijn. De RDOG Hollands Midden voert binnen het programma GGD naast de wettelijk verplichte basistaken ook overige taken, zoals markttaken uit. De omvang daarvan kan van jaar tot jaar sterk kan fluctueren, waardoor de werkelijkheid in veel jaren de begroting met meer dan 1% overschrijdt.

Normaliter zal een kostenoverschrijding ten opzichte van de begroting van de markttaken (meer dan) volledig door een batenoverschrijding worden gecompenseerd. Een en ander is ook voorgeschreven in artikel 5, lid 5, ad b van de Gemeenschappelijke regeling RDOG Hollands Midden, waarin wordt gesteld dat andere taken dan wettelijk voorgeschreven op het terrein van de gezondheidszorg minimaal tegen kostendekkende tarieven worden uitgevoerd. Voor markttaken geldt dit eveneens, waarbij de subsidiegever doorgaans aanvullende eisen stelt aan de uitvoering en de (financiële) verantwoording.

Bij een aantal markttaken wordt een controleverklaring geëist bij de financiële verantwoording. Hierdoor is de rechtmatigheid van dergelijke taken gewaarborgd. Voorwaarde hiervoor is dat het Algemeen Bestuur stelselmatig wordt geïnformeerd over de uitkomsten van deze taken in de loop van het begrotingsjaar en de te verwachten uitkomsten voor het gehele jaar en dat het Algemeen Bestuur kan besluiten dat het een niet verwijtbare begrotingsoverschrijding betreft of tot begrotingswijziging kan besluiten.

Besluitvorming over afwijkingen van de begroting vindt steeds plaats bij de voorgeschreven tussentijdse rapportages na afloop van iedere vier maanden.

De systematiek van de kostprijsberekening van producten en diensten van het programma GHOR wordt bepaald door het bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden.

Het programma RAV wordt door derden gefinancierd, waarbij regels zijn gesteld.

Bij afwijkingen van de begroting van de programma’s GHOR en RAV vindt bij de tussentijdse rapportages eveneens besluitvorming van het Algemeen Bestuur plaats.

Als een begrotingsoverschrijding pas blijkt na het einde van het begrotingsjaar en voor het uitbrengen van de jaarrekening, zal deze in de jaarstukken moeten worden vermeld. De accountant zal dan de afweging moeten maken of een dergelijke begrotingsoverschrijding past binnen het vastgestelde beleid. Overigens bepaalt het Algemeen Bestuur bij het behandelen van de jaarstukken of zij met de betrokken overschrijding alsnog kan instemmen.

Het Bado geeft aan dat de accountant de rechtmatigheid van handelingen en beslissingen van niet financiële aard niet actief inhoudelijk hoeft te toetsen. Dergelijke handelingen en beslissingen kunnen op termijn echter wel leiden tot financiële gevolgen. De accountant kan in dat kader volstaan met het beoordelen van het interne systeem van risicoafwegingen en kwaliteitsborging.

4. Goedkeurings- en rapporteringstoleranties

In het programma van eisen voor de jaarlijkse accountantscontrole wordt aangegeven dat de controle wordt verricht in overeenstemming met de in het Bado vastgelegde controlegrondslagen, inclusief de daarbij behorende goedkeurings- en rapporteringstoleranties. Onderstaand worden deze toleranties weergegeven.

 

 

Aard van de accountantsverklaring

 

Goedkeurend

Met beperking

Oordeelonthouding

Afkeurend

Fouten in het programmaverslag (% van de lasten)

< 1%

1% - 3%

-

> 3%

Onzekerheden in de controle (% van de lasten)

< 3%

3% - 10%

> 10%

 

Als de accountant bij zijn controle fouten of onzekerheden aantreft die deze grenzen te boven gaan, verstrekt hij geen goedkeurende verklaring bij het programmajaarverslag.

Daarnaast kan de accountant, op grond van zijn deskundigheid, ook besluiten dat er kwalitatieve gebreken zijn van dusdanige aard, dat de goedkeuring wordt onthouden. Dit is bijvoorbeeld het geval als de Administratieve organisatie en/of interne controle niet goed is ingericht, waardoor er een niet controleerbare situatie is ontstaan.

Bij markttaken die worden gesubsidieerd behoort soms een afzonderlijke verantwoordingsplicht, met daarbij behorende rapportage- en verantwoordingsprotocollen. De accountant kan bij de controle van de jaarrekening gebruik maken deze protocollen. Daartoe dienen deze afzonderlijke verantwoordingen gelijktijdig met de jaarstukken te worden opgeleverd, tenzij de periode waarover subsidie wordt verstrekt afwijkt van het boekjaar.

5. Inwerkingtreding

Dit normenkader treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur, gehouden op woensdag 28 maart 2018.

J.A. de Jager

Voorzitter

J.M.M. de Gouw

Secretaris

Bijlage bij het Normenkader rechtmatigheid RDOG Hollands Midden 2018

Het Algemeen Bestuur van de RDOG Hollands Midden,

gelet op artikel 213 van de Gemeentewet

en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado)

en gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur RDOG Hollands Midden,

besluit vast te stellen de:

 

Bijlage bij het Normenkader rechtmatigheid RDOG Hollands Midden 2018

 

 

Overzicht relevante wet- en regelgeving

 

Landelijke wet- en regelgeving

  • 1.

    Gemeentewet

  • 2.

    Wet gemeenschappelijke regelingen

  • 3.

    Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

  • 4.

    Kadernota Rechtmatigheid

  • 5.

    Regeling Verslaggeving WTZi

  • 6.

    Raamwet EU voorschriften aanbesteden en Aanbestedingswet

  • 7.

    (financieel toezichtsarrangement in het kader van het) Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen (Bdur)

  • 8.

    Fiscale wetgeving (waaronder Wet op het BTW-compensatiefonds)

  • 9.

    Wet financiering decentrale overheden (Wet fido)

  • 10.

    Wet Houdbare OverheidsFinanciën (wet HOF)

  • 11.

    Geïntegreerd middelenbeheer (lees: Schatkistbankieren)

  • 12.

    Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

  • 13.

    Voorschriften van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

  • 14.

    Voorwaarden Onderlinge Verzekeringen Overheid u.a. (Centraal Beheer, voorheen OVO)

  • 15.

    Pensioen wet- en regelgeving (gericht op een juiste, tijdige en volledige inhouding en afdracht van pensioenpremies)

  • 16.

    Sociale wetgeving (gericht op een juiste, tijdige en volledige inhouding en afdracht van sociale premies)

  • 17.

    Regeling (overgangsrecht) Functioneel Leeftijds Ontslag Ambulancepersoneel

  • 18.

    Wet Markt en overheid

Regelgeving RDOG Hollands Midden

Hieronder staan de interne beleidsstukken die onderdeel vormen van het Normenkader rechtmatigheid RDOG Hollands Midden. Deze stukken zijn door het Algemeen Bestuur vastgesteld.

  • 1.

    Gemeenschappelijke regeling RDOG Hollands Midden en de ter uitwerking daarvan vastgestelde Organisatieverordening RDOG met daarin opgenomen het

    • Directiestatuut RDOG

    • Mandateringsregeling RDOG

    • Managementstatuut GGD Hollands Midden

    • Managementstatuut GHOR Hollands Midden

    • Managementstatuut RAD (thans RAV)

  • 2.

    De Rechtspositionele regeling ambulancezorgpersoneel RDOG HM (hierin is de CAO Ambulancezorg van toepassing verklaard op het personeel in dienst van de sector RAV)

  • 3.

    Arbeidsvoorwaardenregeling RDOG Hollands Midden op basis CAR/ UWO en de op basis van deze regeling vastgestelde uitvoeringsregelingen.

  • 4.

    Fusiebesluit GGD Duin- en Bollenstreek en GGD Zuid-Holland Noord. Alleen voor de garanties uit bijlage VI: Sociaal plan

  • 5.

    Fusiedocument Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden

  • 6.

    Treasurystatuut RDOG Hollands Midden 2018

  • 7.

    Financiële Verordening RDOG Hollands Midden 2018

  • 8.

    Verordening Begrotingswijzigingen RDOG Hollands Midden 2018

  • 9.

    Controleverordening RDOG Hollands Midden 2018 met bijbehorend Programma van eisen voor de jaarlijkse accountantscontrole

  • 10.

    Verordening auditcommissie RDOG Hollands Midden 2018

  • 11.

    Normenkader rechtmatigheid RDOG Hollands Midden 2018

  • 12.

    Bijlage bij het Normenkader rechtmatigheid Hollands Midden 2018

  • 13.

    Nota Reserves en voorzieningen RDOG Hollands Midden 2018

  • 14.

    Sociaal Plan RDOG Hollands Midden (voor zover nog geldend)

  • 15.

    Sociaal plan voormalige Vierstroomzorgring-medewerkers (voor zover nog geldend)

  • 16.

    Sociaal Plan voormalige Activite-medewerkers (voor zover nog geldend)

  • 17.

    Sociaal Plan voormalige WMV-medewerkers (voor zover nog geldend)

  • 18.

    Dienstverleningsovereenkomst ten behoeve van de uitoefening van de GHOR-taken in de regio Hollands Midden

  • 19.

    Tarieven, zoals deze jaarlijks worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur

  • 20.

    Rittarieven, zoals deze periodiek worden vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

  • 21.

    Algemene procedures RDOG HM, Bedrijfsvoering, voor zover deze leiden tot financiële beheershandelingen

  • 22.

    Interne dienstverleningsafspraken tussen de GHOR en de GGD-sectoren

  • 23.

    Interne dienstverleningsafspraken tussen de Bedrijfsvoering en de GGD-sectoren

  • 24.

    Interne dienstverleningsafspraken tussen de Bedrijfsvoering en de GHOR

  • 25.

    Interne dienstverleningsafspraken tussen de Bedrijfsvoering en de RAV

  • 26.

    Sociaal Plan Veilig Thuis

  • 27.

    Sociaal Plan ten behoeve van de overdracht van de werknemers in dienst van Jeugdbescherming west afdeling Jeugd Preventie Team (JPT) en Crisis Interventie Team (CIT)

Inwerkingtreding

Deze Bijlage bij het Normenkader rechtmatigheid treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur, gehouden op woensdag 28 maart 2018.

 

 

J.A. de Jager

Voorzitter

 

J.M.M. de Gouw

Secretaris

 

Ga naar het begin